Putten uit Oude Bronnen

De oude bronnen waaruit wij onze inspiratie halen zijn:


De mystici

Mystici zijn mensen die proberen door te dringen in de diepere werkelijkheid die de grondslag is van het bestaan. Zij bereiken die staat in stappen, en overstijgen daarin de aardse, dagelijkse waarnemingen, de lichamelijke behoeften en verslavingen, de rationele en emotionele waarneming. Het is eigenlijk een proces van loslaten, onthechting. Uiteindelijk gaat het hen om de ervaring van eenwording met God.

Voorbeelden zijn Theresa van Lisieux, (1873-1897) die als tienjarig kind al religieuze ervaringen had en voelde dat het haar roeping was God te dienen. Ze was vroom, maar stond ook bekend om haar wilskracht en gevoel voor humor. Ze trad op haar vijftiende in bij de Karmelitessen in Lisieux .

Eerst voelde ze zich voortdurend niet ‘heilig’ genoeg om Jezus op waardige wijze te volgen.

Maar toen ze ontdekte dat geloof geen verdienste is maar genade, vond ze haar ‘kleine weg”. Dat was een weg naar heiligheid die voor een ieder open lag: de realiteit van de eigen zwakheid aanvaarden en zichzelf als instrument aan God aanbieden. Nederigheid werd Teresia’s levensopdracht. Haar dagboek inspireert nog steeds velen en is in het Nederlands uitgegeven onder de titel: ‘Mijn roeping is de liefde’.


De woestijnvaders 

De woestijnvaders waren kluizenaars die vanaf de 3e eeuw leefden in de woestijn van Egypte. Zij worden wel beschouwd als de eerste christelijke monniken. Ze verlieten de antieke steden om in de woestijn de eenzaamheid op te zoeken en aan de christenvervolgingen te ontkomen. Zo vormden zich gemeenschappen van christelijke vluchtelingen aan de randen van de bewoonde wereld. Gedurende de 4e eeuw oefenden de kleine kluizenaarsgemeenschapjes in de woestijnen rond de Egyptische steden een grote aantrekkingskracht uit op godzoekers uit de hele wereld. Naarmate hun leefstijl vastere vormen begon aan te nemen, werden zij meer en meer beschouwd als wijze en heilige geestelijke meesters en leraars. Aanvankelijk volgde iedere kluizenaar een min of meer eigen spiritueel programma. Later werd er een meer gestructureerde benadering van het leven in de woestijn ontwikkeld. Ook kwam er een (zeer sobere) vorm van gemeenschapsleven, voornamelijk voor wat betreft het samen eten en bidden. Hieruit ontwikkelde zich op den duur het gemeenschappelijke kloosterleven.


De kerkvaders

Een kerkvader (Kerklat.: pater ecclesiae), is de gebruikelijke aanduiding voor de schrijvers en leraren (meestal bisschoppen) van de vroeg-christelijke Kerk, van wie de theologische werken bewaard zijn gebleven. De kerkvaders bepleiten de christelijke levensvisie met traktaten, geschreven in het koine-Grieks of het Latijn, die handelen over theologische en filosofische vraagstukken. Veel kerkvaders legden de nadruk op ascese en geloofsijver.

Één van de bekendste kerkvaders is Augustinus van Hippo.


De Bijbelse wijsheidsliteratuur

Wijsheid is de juiste, hoogste, op inzicht en levenservaring berustende kennis en het handelen daarnaar (Van Dale).

Wijsheid heeft met praktische levenswijsheid te maken en niet met intellectuele kennis. Het speelt zich af binnen een gemeenschap, komt voort uit inzicht en zet aan tot een goede ethische respons. Begrip houdt ons op het rechte pad.

De Bijbelse wijsheid is georiënteerd op Gods geboden. Het is een door Gods Woord gescherpt inzicht in levensvragen. Het is weten hoe je in de chaotische wirwar van dit bestaan je weg moet vinden. Het gaat om vaste grond onder de voeten in het door drijfzand gekenmerkte bestaan. Wijs zijn is: door God geleerd zijn.

Waarschijnlijk waren er in de koningstijd van Israël wijsheidsleraren die voornamelijk aan het hof functioneerden. De wijzen hebben de bestaande volkswijsheid verzameld. Daarnaast ontwikkelden zij een eigen literaire wijsheid waarbij ook invloeden uit bijvoorbeeld Egypte en Mesopotamië te zien zijn.

Het doel van de wijsheidsliteratuur is: de lezer of toehoorder kennis, praktische levenswijsheid en moreel besef bij te brengen op allerlei gebied.